Gelijke Behandeling
Gelijke beloning
In overeenstemming met artikel 23 van de Belgische Grondwet heeft iedereen recht op behoorlijke tewerkstelling en een behoorlijk inkomen. De Collectieve Arbeidsovereenkomst van de Nationale Arbeidsraad numero 25 van 15 oktober 1975 (later geamendeerd met 25bis uit 2001 en 25ter uit 2008) voorziet in gelijke beloning voor gelijksoortig werk voor mannelijke en vrouwelijke werknemers. De Algemene Anti-Discriminatiewet van 10 mei 2007 verbiedt bovendien discriminatie in werk-gerelateerde zaken, daarbij inbegrepen de toekenning en vaststelling van salaris, loon of ander inkomen voor werk en toekomstige emolumenten in geld of goederen, volgens 13 specifieke criteria.
In april 2012 vaardigde de regering een nieuwe wet af met het oogmerk om de loonkloof tussen mannen en vrouwen en verminderen. Deze wet schrijft voor dat de verschillen in beloning en arbeidskosten tussen mannen en vrouwen in het jaarverslag van bedrijven moeten worden opgenomen.
(Art. 4-5 wet van 10 mei 2007 tot bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie; 22 april 2012, wet tot bestrijding van de loonkloof tussen kannen en vrouwen)
Anti-discriminatie
Volgens de Belgische Grondwet “zijn Belgen gelijk voor de wet”; “bestaan binnen de staat geen klassenverschillen” en “is de gelijkheid tussen mannen en vrouwen gegarandeerd”. De Grondwet verplicht ertoe dat “de uitoefening van de rechten en vrijheden die aan de Belgen toekomen zonder discriminatie moet kunnen plaats vinden” zonder verschil te maken in de bescherming tussen groepen (Art. 10-11). Op 10 mei 2007 werden in België drie nieuwe anti-discriminatie wetten van kracht:
de Wet op het Racisme is een aanvulling op de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van handelingen die voortkomen uit racisme en xenofobie (wet tot uitsluiting van gedrag dat is ingeven door racisme of xenofobie) en verbiedt discriminatie op grond van ras, huidskleur, afkomst, nationaliteit of etnische achtergrond (Art.4). De wet verbiedt eveneens directe en indirecte discriminatie, intimidatie en opdracht tot discriminatie.
De wet op de gelijke behandeling van mannen en vrouwen verbiedt discriminatie op grond van geslacht, daarbij inbegrepen zwangerschap, geboorte, moederschap en verandering van geslacht (Art. 4 wet tot bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen).
De algemene anti-discriminatie wet verbiedt discriminatie op 13 gronden, zoals leeftijd, seksuele geaardheid, huwelijkse staat, afkomst door geboorte, financiële status/rijkdom, godsdienstige of filosofische overtuiging, lidmaatschap van een vakbond of vakbondsgezindheid, politieke overtuiging, taal, huidige of toekomstige gezondheidstoestand, invaliditeit, fysieke of genetische eigenschappen, en sociale achtergrond. De wet verbiedt eveneens directe en indirecte discriminatie, intimidatie en opdracht tot discriminatie en weigering om aangepaste accommodatie te bieden voor personen met een handicap. (Art. 4 Wet ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie) Alle bovengenoemde anti-discriminatie wetten voorzien in zware straffen bij overtreding, d.w.z. voor het aanzetten tot discriminatie, intimidatie of geweld tegen de beschermde groepen. Het Arbeidshof heeft in februari 2018 bepaald dat de gevolgen van kanker een (arbeids)beperking zijn en dus in aanmerking komen voor een redelijke tegemoetkoming.
De wet van 28 juni 2023 erkent expliciet meervoudige discriminatie (cumulatief en intersectioneel): als er meerdere beschermde criteria in het geding zijn, moet de rechtvaardiging aan de strengste norm voldoen en kan de rechter een forfaitaire schadevergoeding toekennen wanneer elke grond afzonderlijke schade veroorzaakt. De wet voert ook discriminatie door associatie en discriminatie op basis van een veronderstelde eigenschap in als verboden vormen van discriminatie. Het actualiseert bepaalde beschermde gronden door in de Genderwet “sociale afkomst” te vervangen door “afkomst of sociale toestand” en ‘geslachtsverandering’ door “geslachtsovergang (medisch of sociaal)”, waardoor de bescherming wordt uitgebreid, onder meer voor transgenders.
(Wet op het Racisme, art. 19-28; Wet op de Gelijkheid tussen mannen en vrouwen, art. 26-31; en Anti-discriminatie Wet, art. 21-26)
Gelijke behandeling vrouwen en werk
Iedereen heeft het recht zijn leven in waardigheid te leiden. Iedereen heeft het recht op tewerkstelling en de vrije keuze van een beroep binnen het kader van het algemene werkgelegenheidsbeleid. De wet lijkt geen bepaling te bevatten die vrouwen het recht op de uitoefening van bepaalde beroepen ontzegt.
Wetgeving inzake gelijke behandeling op het werk
- Koninklijk besluit van 30 maart 1967 tot vaststelling van de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers / Arrêté royal du 30 mars 1967 déterminant les modalités générales d’exécution des lois relatives aux vacances annuelles des travailleurs salariés / Royal Decree of 30 March 1967 on annual leave implementation
- Wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten / Loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail / Employment Contracts Act, 1978
- Koninklijk besluit tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen / Arrêté royal portant exécution de la loi relative à l’assurance obligatoire soins de santé et indemnités / Royal Decree to Execute the Compulsory Sickness and Indemnity Insurance Act
Gelijke beloning
In overeenstemming met artikel 23 van de Belgische Grondwet heeft iedereen recht op behoorlijke tewerkstelling en een behoorlijk inkomen. De Collectieve Arbeidsovereenkomst van de Nationale Arbeidsraad numero 25 van 15 oktober 1975 (later geamendeerd met 25bis uit 2001 en 25ter uit 2008) voorziet in gelijke beloning voor gelijksoortig werk voor mannelijke en vrouwelijke werknemers. De Algemene Anti-Discriminatiewet van 10 mei 2007 verbiedt bovendien discriminatie in werk-gerelateerde zaken, daarbij inbegrepen de toekenning en vaststelling van salaris, loon of ander inkomen voor werk en toekomstige emolumenten in geld of goederen, volgens 13 specifieke criteria.
In april 2012 vaardigde de regering een nieuwe wet af met het oogmerk om de loonkloof tussen mannen en vrouwen en verminderen. Deze wet schrijft voor dat de verschillen in beloning en arbeidskosten tussen mannen en vrouwen in het jaarverslag van bedrijven moeten worden opgenomen.
(Art. 4-5 wet van 10 mei 2007 tot bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie; 22 april 2012, wet tot bestrijding van de loonkloof tussen kannen en vrouwen)
Anti-discriminatie
Volgens de Belgische Grondwet “zijn Belgen gelijk voor de wet”; “bestaan binnen de staat geen klassenverschillen” en “is de gelijkheid tussen mannen en vrouwen gegarandeerd”. De Grondwet verplicht ertoe dat “de uitoefening van de rechten en vrijheden die aan de Belgen toekomen zonder discriminatie moet kunnen plaats vinden” zonder verschil te maken in de bescherming tussen groepen (Art. 10-11). Op 10 mei 2007 werden in België drie nieuwe anti-discriminatie wetten van kracht:
de Wet op het Racisme is een aanvulling op de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van handelingen die voortkomen uit racisme en xenofobie (wet tot uitsluiting van gedrag dat is ingeven door racisme of xenofobie) en verbiedt discriminatie op grond van ras, huidskleur, afkomst, nationaliteit of etnische achtergrond (Art.4). De wet verbiedt eveneens directe en indirecte discriminatie, intimidatie en opdracht tot discriminatie.
De wet op de gelijke behandeling van mannen en vrouwen verbiedt discriminatie op grond van geslacht, daarbij inbegrepen zwangerschap, geboorte, moederschap en verandering van geslacht (Art. 4 wet tot bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen).
De algemene anti-discriminatie wet verbiedt discriminatie op 13 gronden, zoals leeftijd, seksuele geaardheid, huwelijkse staat, afkomst door geboorte, financiële status/rijkdom, godsdienstige of filosofische overtuiging, lidmaatschap van een vakbond of vakbondsgezindheid, politieke overtuiging, taal, huidige of toekomstige gezondheidstoestand, invaliditeit, fysieke of genetische eigenschappen, en sociale achtergrond. De wet verbiedt eveneens directe en indirecte discriminatie, intimidatie en opdracht tot discriminatie en weigering om aangepaste accommodatie te bieden voor personen met een handicap. (Art. 4 Wet ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie) Alle bovengenoemde anti-discriminatie wetten voorzien in zware straffen bij overtreding, d.w.z. voor het aanzetten tot discriminatie, intimidatie of geweld tegen de beschermde groepen. Het Arbeidshof heeft in februari 2018 bepaald dat de gevolgen van kanker een (arbeids)beperking zijn en dus in aanmerking komen voor een redelijke tegemoetkoming.
De wet van 28 juni 2023 erkent expliciet meervoudige discriminatie (cumulatief en intersectioneel): als er meerdere beschermde criteria in het geding zijn, moet de rechtvaardiging aan de strengste norm voldoen en kan de rechter een forfaitaire schadevergoeding toekennen wanneer elke grond afzonderlijke schade veroorzaakt. De wet voert ook discriminatie door associatie en discriminatie op basis van een veronderstelde eigenschap in als verboden vormen van discriminatie. Het actualiseert bepaalde beschermde gronden door in de Genderwet “sociale afkomst” te vervangen door “afkomst of sociale toestand” en ‘geslachtsverandering’ door “geslachtsovergang (medisch of sociaal)”, waardoor de bescherming wordt uitgebreid, onder meer voor transgenders.
(Wet op het Racisme, art. 19-28; Wet op de Gelijkheid tussen mannen en vrouwen, art. 26-31; en Anti-discriminatie Wet, art. 21-26)
Gelijke behandeling vrouwen en werk
Iedereen heeft het recht zijn leven in waardigheid te leiden. Iedereen heeft het recht op tewerkstelling en de vrije keuze van een beroep binnen het kader van het algemene werkgelegenheidsbeleid. De wet lijkt geen bepaling te bevatten die vrouwen het recht op de uitoefening van bepaalde beroepen ontzegt.
Wetgeving inzake gelijke behandeling op het werk
- Koninklijk besluit van 30 maart 1967 tot vaststelling van de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers / Arrêté royal du 30 mars 1967 déterminant les modalités générales d’exécution des lois relatives aux vacances annuelles des travailleurs salariés / Royal Decree of 30 March 1967 on annual leave implementation
- Wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten / Loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail / Employment Contracts Act, 1978
- Koninklijk besluit tot uitvoering van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen / Arrêté royal portant exécution de la loi relative à l’assurance obligatoire soins de santé et indemnités / Royal Decree to Execute the Compulsory Sickness and Indemnity Insurance Act