Van Klaveren, M. & Tijdens, K.G. (2017). Vraag en aanbod arbeid, Zeggenschap, 28(4), p 28

Van Klaveren, M. & Tijdens, K.G. (2017). Vraag en aanbod arbeid, Zeggenschap, 28(4), p 28

Access the full article: 

ABSTRACT

In 2014 lanceerde de Europese Commissie, teneinde actuele informatie over vacatures te verzamelen, het project Monitoring van de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt in Europa. Met de resultaten zouden onderwijsinstellingen, beroepsadviseurs en intermediairs beter op een mogelijke mismatch tussen de vraag naar en het aanbod van arbeid kunnen anticiperen. En dat dan op het niveau van beroepen, want daar draait het uiteindelijk om. Vooral over de vraag naar arbeid uitgedrukt in vacatures per beroep is nog weinig bekend. Om de mismatch in kaart te brengen hebben we recent een onderzoek afgerond naar vraag en aanbod voor 279 beroepen. Veel data zijn nodig voor zo'n onderzoek. Voor één land in de EU waren zulke gegevens te vinden: de Tsjechische Republiek. In dat land bestaat een wettelijke verplichting voor werkgevers om alle vacatures te melden aan het arbeidsbureau. Dat codeert deze naar gevraagd beroep en gevraagd opleidingsniveau. En er zijn Loonwijzer-data voor de Tsjechische Republiek beschikbaar waarbij de beroepen en de opleidingsniveaus op dezelfde manier zijn gecodeerd voor de werkenden. Door gegevens uit deze twee bronnen te combineren kon de mismatch tussen vraag en aanbod per beroep worden achterhaald. Onze studie is de eerste in Europa met zo'n aanpak.

Bij een kwart van de beroepen in de Tsjechische Republiek bleek er veel meer vraag dan aanbod, terwijl er bij een derde veel meer aanbod was (zie grafiek). Bij het vergelijken van de eisen gesteld in vacatures en de bestaande banen voor dezelfde beroepen ontstaat, in ieder geval voor de Tsjechische Republiek, het beeld van een overgeschoolde beroepsbevolking. Bij vergelijking van de laagste opleidingsniveaus van vacatures en baanhouders blijkt dat in één op de drie beroepen de vereiste en behaalde niveaus gelijk zijn, maar dat voor de meerderheid van de beroepen de laagste opleiding van werkenden minstens één niveau hoger is dan die welke genoemd wordt in de vacatures. Bij vergelijking van de gemiddelde onderwijsniveaus zijn deze in bijna de helft van de beroepen gelijk, maar voor een kwart van de beroepen ligt het feitelijk behaalde onderwijs één niveau boven het vereiste onderwijs en voor nog eens een kwart ligt dat zelfs twee niveaus daarboven. Bij het vergelijken van de hoogste onderwijsniveaus zijn deze in meer dan de helft van de beroepen gelijk voor vacatures en baanhouders, bij één op de tien is dit bij de baanhouders één niveau hoger en voor een kwart is dit zelfs twee niveaus boven dat wat in de vacatures vereist wordt.