Zijn vreemde eendjes ongelukkig?

Download PDF:
Van den Bergh, Samanthe (2011). Zijn vreemde eendjes ongelukkig? Gendersegregatie in de arbeidsmarkt en het geluk van mannen en vrouwen in uitzonderingsposities. Rotterdam: Erasmus Universiteit, Faculteit der Sociale Wetenschappen, Afstudeerscriptie Master Arbeid, Organisatie en Management.

Samenvatting
Summery

Samenvatting

De vraag
De arbeidsmarkt in Nederland is sterk gesegregeerd naar gender. Sinds een aantal decennia probeert de overheid dit te veranderen, met name door vrouwen te stimuleren voor beroepen te kiezen die traditioneel als mannenberoepen worden gezien. Dit brengt met zich mee dat deze vrouwen -en mannen die zonder campagnes van de overheid voor vrouwenberoepen kiezen- werken in een omgeving die door leden van de andere sekse wordt gedomineerd. Zij nemen een uitzonderingspositie in binnen zowel hun beroep als in de industrie waarin zij werken, alsmede in hun directe werkgroep. Elk van deze drie dimensies van segregatie geeft aanleiding tot een andere sociale dynamiek waarbinnen deze 'deviante werknemers' hun werkzaamheden uitvoeren, hetgeen van invloed kan zijn op hoe gelukkig deze werknemers zijn. De vraag die in dit onderzoek centraal staat is daarom: "Zijn werknemers die in de gesegregeerde arbeidsmarkt vanwege hun gender in een uitzonderingspositie verkeren binnen hun beroep, industrie of werkgroep minder gelukkig?" Eerder onderzoek maakt niet goed onderscheid tussen deze verschillende dimensies, en heeft bovendien vaak werktevredenheid en niet geluk als onderwerp.

Concepten 
Geluk wordt in dit onderzoek gedefinieerd als tevredenheid met het leven in het algemeen. Er wordt verondersteld dat het verkeren in een uitzonderingspositie -deviantie- van invloed is op het geluk van de individuele werknemer. Als onafhankelijke variabelen worden drie dimensies van segregatie in de arbeidsmarkt en het qua gender afwijken van wat gewoon is beschouwd: beroepsdeviantie, industriedeviantie en werkgroepsdeviantie. De verbanden zijn verschillend voor mannen en vrouwen.

Hypothesen
De theoretisch afgeleide antwoorden op de vraag in dit onderzoek zijn dat het werken in het 'verkeerde beroep' voor vrouwen niet leidt tot minder geluk, terwijl dit voor mannen wel zo is. Werken in een industrie die wordt gedomineerd door de andere sekse leidt volgens de theorie tot minder geluk voor vrouwen en meer geluk voor mannen. Ten slotte is op basis van theorie verondersteld dat getalsmatig in de minderheid zijn op de werkgroep voor vrouwen leidt tot minder geluk, voor mannen juist tot meer. Er is dus sprake van interactieeffecten met gender; wordt geen verschil in geluk tussen mannen en vrouwen verondersteld.

Onderzoek
De hierboven genoemde veronderstellingen zijn getoetst aan de hand van empirische gegevens die zijn ontleend aan de dataset van de Nederlandse loonwijzer. Het aantal geschikte cases in deze dataset is 26.541 (63% mannen en 37% vrouwen). Deze uiteindelijke dataset is op een aantal kenmerken vergeleken met data ven het CBS met betrekking tot de beroepsbevolking en blijkt deze redelijk goed te representeren. Van elke respondent is vastgesteld of hij of zij beroepsdeviant is, ofwel werkt in een beroep (ISC00804) waarin 80% van de werknemers van het andere geslacht is, of hij of zij industriedeviant is, gedefinieerd als werken in een industrie (NACE2001) waarin 80% van de werknemers van het andere geslacht is, en of hij of zij werkgroepsdeviant is. Dit laatste is gemeten door middel van het antwoord van de respondent op de vraag of het merendeel van de collega's die hetzelfde werk doen mannen zijn.

Resultaten
AN0VA-analyse bevestigt de veronderstelling dat er geen verschil is tussen mannen en vrouwen in hoe tevreden zij zijn met hun leven in het algemeen. Eveneens wordt aangetoond dat beroepsdeviante vrouwen niet minder gelukkig zijn dan andere vrouwen. Hetzelfde geldt voor mannen. Voor mannen die werken in een vrouwenindustrie en vrouwen die werken in een mannenindustrie is geen verschil aangetoond tussen hen en hun seksegenoten. Vrouwen die op hun werkgroep getalsmatig in de minderheid zijn, zijn significant minder gelukkig dan andere vrouwen; zij geven hun eigen geluk gemiddeld respectievelijk 7,25 en 7,34 op de geluksschaal die loopt van 1 tot 10. Voor mannen is in dit geval geen verschil gevonden. Alleen op deze laatste dimensie is een significant interactie-effect waargenomen. Hiermee is slechts voor een deel van de theoretisch voorspelde verschillen empirisch bewijs gevonden.   Door middel van het opstellen van regressievergelijken is onderzocht of het deviant zijn op de gedefinieerde dimensies beroep, industrie en werkgroep een voorspellende werking heeft voor het geluk van een individu. In deze regressievergelijkingen zijn een aantal relevante controlevariabelen opgenomen. Deze analyse bevestigt  het resultaat van de ANOVA-analyse: alleen werkgroepsdeviantie is een factor van belang, en alleen voor vrouwen. Werken in een groep die wordt gedomineerd door mannen betekent voor hen gemiddeld een 0,1 punt lagere score op geluk. Controleren voor salaris en beroepsstatus vergroot de negatieve impact van deze factor in het model.

Conclusies
Werknemers die vanwege hun gender een uitzondering vormen in de sterk naar gender gesegregeerde arbeidsmarkt in Nederland zijn niet of nauwelijks minder gelukkig. Alleen vrouwen die werken in een door mannen gedomineerde werkgroep zijn iets minder gelukkig dan hun seksegenotes.   Deze resultaten bevestigen bestaand onderzoek waarin de aandacht wordt gevestigd op de sociale dynamiek binnen groepen waarin een kleine minderheid samenwerkt met een grote meerderheid van de andere sekse. Deze dynamiek blijkt niet sekseneutraal te zijn. Het effect van deze factor is echter gering: het regressiemodel inclusief controlevariabelen verklaart maximaal 2,2% van de variantie in geluk voor mannen, en maximaal 1% van de variantie in geluk voor vrouwen. Dit is in lijn met voorgaand onderzoek.   Een ander belangrijk theoretisch inzicht dat dit onderzoek oplevert is de wetenschap dat het van belang is onderscheid aan te brengen in de verschillende dimensies van segregatie.

Summary

 

Most countries have a highly segregated labour market based on gender. The majority of occupations and workplaces are dominated by either men or women, such that in many work environments a minority of employees of one gender work amidst a majority of the other gender. The gender ratio in either occupation, industry and work group gives rise to specific social dynamics that can have an impact on individual happiness of the employees. The central question in this research is whether men and women who are members of the gender minority in either their occupation, industry or work group are less happy compared to other men and women. Previous research has often confounded these three dimensions, leading to diffuse and even conflicting results.

Happiness has been defined as satisfaction with life-as-a-whole, and is supposed to depend on whether or not an individual is placed in a minority position in one of the three dimensions of segregation. This relationship depends on gender. Based on theoretical considerations it is predicted that men who work in a female occupation are happier, while women who work in male occupations are as happy as other women. Working in an industry dominated by men makes women less happy; alternatively, men who work in a female industry are happier than other men. Lastly, members of a male minority in a work group are happier than other men, while members of a female minority in a work group are less happy than other women.

The theoretical predictions have been tested using empirical data, which has been drawn from the Dutch Wagelndicator dataset. The dataset after selection (26,541 respondents, 63% men and 37% women) is a reasonable representation of the Dutch labour force. The dependent variable happiness was measured by asking the respondent to evaluate his or happiness with life-as-a-whole on a scale from 1 to 10. The variable regarding the position in an occupation or industry was measured by determining the percentage of respondents of each gender in each occupation (l5CO0804) and industry (NACE2001); an occupation or industry is regarded as gendered when the percentage of men or women exceeds 85%. When a respondent belongs to the minority he or she is considered deviant. Regarding the work group, the measurement is based on a single item in the questionnaire, asking the respondents whether the majority of his/her colleagues are male.

ANOVA-analysis shows that women in male occupations are not less happy than other women; men in female occupations are also similarly happy as other men. Neither men nor women are happier or less happy when they work in an industry that is stereotyped as belonging to the other gender. Women who work in a group with mostly men are significantly less happy than other women; they rate their happiness on average with 7.25 on the 10 points happiness scale compared to 7.34 for other women. Men who work in a group with mostly women are not happier or less happy than other men. ln conclusion, empirical evidence has been found for only a part of the theoretical predictions.

Regression analysis confirms that being the minority in the work group has a small but significant negative impact on the happiness of women. Controlling for relevant socio-demographic variables, salary, and socioeconomic status increases the negative impact of this factor.

The conclusion of this research is that being an exception in the workplace in a gender-segregated labour market does not have a large impact on individual happiness. Only women who work in a male-dominated work group are slightly less happy compared to women for whom this is not the case. The effect of this factor is weak: a maximum of 2.2% variance in happiness score can be explained by the model. Additionally, it is concluded that separating the three dimensions of segregation is necessary.


Loading...